Stille plek

Stilte is het mooist als je er met gespitste oren naar luistert. Mijn vader had de gewoonte om als wij met het hele gezin bij elkaar waren en het gezellig lawaaiig was aan de eettafel, of daarna onder de afwas wanneer mijn zusjes en ik in de hel verlichtte keuken ruzieden over wie mocht wassen en wie moest drogen, opeens zijn wijsvinger op te steken en te fluisteren: ‘Sjt, sjt, ik hoor iets…’ In de stilte die dan viel, terwijl mijn vader quasi gespannen naar de deur of het raam keek, voelde ik mijn oren bijna groeien. Sjt sjt, ik hoor iets… Soms hoor ik diezelfde stilte in muziek. Beethoven componeerde hem in zijn Vioolconcert. Twee keer na elkaar, drie tellen stilte, bijna net zo lang als de vier paukenslagen waarmee het stuk begint. Hij had die tellen kunnen opvullen met paukenslagen, maar dat deed hij niet. Mahler laat in zijn symfonieën soms het hele orkest verstommen om dan uit de stilte, die een moment lang onbeweeglijk in de lucht hangt, een nieuwe melodie te laten opbloeien. Voor een interview sprak ik de Britse componist Sir James MacMillan. Vanuit zijn huis in Schotland vertelde hij over de betekenis van de stilte. Hoe uit de stilte muziek ontstaat. Dat er een moment komt waarop je als componist alle kennis, alle technieken die je geleerd hebt, moet loslaten om naar die stille plek te gaan. Hoe je daar komt? Dat was moeilijk te beschrijven. Hij vergeleek het met lang kijken in de ogen van een ander. De ander zien en zien dat de ander jou ziet. Een kijken dat zich verliest in kijken. Oog in oog. Hart in hart. Stilte luisterend naar stilte.
En als het dan bij ons in de keuken helemaal stil was geworden, zei mijn vader zacht: ‘Mooi hè.’

EINDE

Deel dit bericht

NOG DOORLEZEN?

‘Het past allemaal in elkaar’

Peter Duivenvoorden (72) is beeldend kunstenaar. Hij schildert en geeft schilderles. Daarnaast werkt hij aan een Nederlandse vertaling van de Oorspronkelijke Uitgave van Een Cursus in Wonderen. Machiel Swillens zocht...

Lees Verder >>