Van verwondering en troost

Bach’s muziek speelt in het leven van veel mensen een belangrijke rol. Zodra je ernaar vraagt komen de verhalen. Vaak gaat het over troost.

Wat is toch die troostende kracht van Bach?Cellist en dirigent Mario Brunello denkt dat het misschien te maken heeft met de wonderlijke overeenkomst tussen de getalsverhoudingen bij Bach en de mathematische reeksen die ten grondslag liggen aan vormen in de natuur. ‘Als ik aan Bach denk, voel ik verwondering. De expressiviteit van getallen is ongelooflijk. In moeilijke omstandigheden kunnen wij troost vinden in de natuur. Door te kijken naar een boom, een meer, de bergen… Bach’s muziek heeft de klank van de natuur. Misschien verklaart dat zijn troostende kracht.’

Mirjam Visser kreeg de liefde voor Bach van haar moeder, en zij gaf die weer door aan haar kinderen. ‘Je wordt er een beetje beter mens van.’
‘Mijn moeder is zangeres. Ik heb muziek met de paplepel ingegoten gekregen. Als ik aan Bach denk, denk ik meteen aan een film van Pasolini. Een prachtige zwartwitfilm uit de jaren zestig. Il Vangelo secondo Matteo. Er is veel muziek van Bach in te horen. Uit zijn Dubbelconcert voor hobo en viool bijvoorbeeld, en uit de Matthäus-Passion. Hij werd vroeger elk jaar met Pasen uitgezonden op de Duitse televisie. Als het weer Goede Vrijdag was, wisten we het al. Het was een soort traditie. Dan keek mijn moeder die film met ons. Ze vertelde dat het bijna allemaal amateurs waren die erin meespeelden. Dat het in deze film geen zoetgevooisde Christus was, maar een heel strijdbare, een bijna communistische Christus. Ik ben niet katholiek opgevoed, het had niet met religie te maken, maar meer met een goed mens zijn. En ook nu nog – ik ben niet religieus, eerder atheïstisch – heeft Bach voor mij met moraal te maken; met rechtvaardigheidsgevoelens ontwikkelen, met mededogen. Dat is destijds met die film van Pasolini begonnen. Vooral in het Adagio uit dat Dubbelconcert voor hobo en viool klinkt voor mij zoveel mededogen. Muziek kan zonder woorden gevoelens overbrengen, wat weer tot gedachten kan leiden, dat is mooi.

De zondagochtenden van vroeger zijn ook met Bach verbonden. Mijn moeder had dan de avond ervoor concerten gehad of er was bezoek geweest, dus waren we wat later op. Het huis was mooi, er stonden bloemen op tafel, alles leek net iets glanzender. Mijn ouders hadden destijds zo’n pick-up’je. En vier grammofoonplaten: één van Dave Berry, een elpee met Franse muziek, If you’re going to San Fransisco, en dan een plaat met de Brandenburgse concerten van Bach. Bach draaiden we op zondagochtend. Daar werd je blij van. Toen mijn ouders een fatsoenlijke installatie kochten, mocht ik als tiener het pick-up’je op mijn kamer, en draaide ik die platen, met krakjes en tikjes.

Mijn kinderen zijn nu groot en uit huis. Ik heb ze elk een DVD van die Pasolini-film gegeven. Bach tilt je op, je wordt er een beetje beter mens van. Hoe hij dat voor elkaar krijgt? ik weet het niet.’

(Pier Paolo Pasolini Il Vangelo secondo Matteo (1964)
J.S. Bach Concert voor hobo, viool en strijkers BWV 1060)

Yvonne van de der Grinten-Engels draaide Bach voor haar man in zijn laatste uren. ‘We zagen zijn hartslag rustig worden.’
‘Ik was negentien, hij twaalf jaar ouder. Ik ging op het conservatorium bij hem voorspelen, mijn toekomstige leraar Frans van der Grinten. Ik zag hem en dacht: dit is mijn man. Het was zijn verschijning. Hij was een levensgenieter en dat straalde hij ook uit. Hij stond daar een pijpje te roken. Dat vond ik aantrekkelijk. Het hele type man, ik viel er gewoon voor. Ik werd meteen heel erg verliefd. Door de muziek kwamen we bij elkaar en zijn we getrouwd. Dat was natuurlijk heel bijzonder. Twee musici, het conservatorium… Iedereen zei: “O, wat romantisch.” Maar verliefd worden op je leraar was best ingewikkeld. Veel mensen vonden het vreemd. “Ja, ja, hij matst je natuurlijk”, hoorde ik vaak. Dat was niet zo hoor, ik heb keihard moeten studeren. Ook door het leeftijdsverschil waren er mensen die dachten, wat ziet ze daar nou in. Maar de liefde kun je niet sturen. Het heeft zo moeten zijn, dat weet ik zeker. Meer dan vijfentwintig jaar waren we heel gelukkig samen. Ik gaf les op de muziekschool in Maastricht, hij aan het conservatorium. Met zijn Gemini Ensemble reisde hij de hele wereld over, Amerika, Europa… Altijd druk. En de muziek van Bach was steeds aanwezig. Op zondag luisterden we samen naar de Cantate van de dag op de WDR-radio. Die konden we alleen in de auto ontvangen, dus als de uitzending begon, gingen we rijden.

Onze zoon speelde vanaf zijn zevende orgel. “Mamma, ik wil kerkorgel spelen”, zei hij nadat hij orgelmuziek van Bach had gehoord tijdens oma’s uitvaartdienst. Later trok hij die muziek feilloos uit onze cd-kast. “Mamma, ik heb oma’s liedje gevonden!” Nu maakt hij popmuziek. Hij schreef Zo kan het dus ook, samen met Maan en Alain Clark. Ze haalden er een gouden plaat mee! Hij is supergoed bezig.

Mijn man zei altijd: “Statistisch gezien ga ik eerder dood dan jij.” Ik zei dan: “Dat zal wel, maar doe je best maar om te blijven leven, want we hebben een kind.” We maakten daar grapjes over. Mijn man was heel geestig. Hij lachte veel. Maar uiteindelijk kreeg hij gelijk. We waren buiten geweest. Ik was even naar het toilet en hoorde een klap in de kamer. Er waait een raam dicht, dacht ik nog. Maar toen ik binnen kwam lag hij op de grond. Ze hebben nog geprobeerd hem te reanimeren. Hij bleef in coma. Als ze hem hadden opgelapt, had hij niks meer gekund. Hij zei altijd: “Als er iets met mij gebeurd, als ik er niet meer ben, gooi mij dan maar achter de heg.” Wij besloten hem te laten gaan. Hij is heel rustig overleden. Een paar uur voordat hij stierf heb ik Bach voor hem gedraaid. Schlummert ein, uit een Cantate. Zó mooi. We zagen zijn hartslag rustig worden. Ik draai het nog wel eens. Ik luister sowieso heel veel muziek, heb altijd de radio aan. Maar als ik iets troostends wil, luister ik Bach. Dat geeft mij rust.’

(J.S. Bach Aria: Schlummert ein, ihr matten Augen BWV 82)

Zingen geeft Hans van de Ven ruimte in hoofd en lijf. De Matthäus is indrukwekkend, maar zijn lievelingswerk is gecomponeerd door een zoon van Bach
‘De Matthäus-Passion kruipt steeds dieper in me. Ik heb hem met vier ensembles gezongen. Elke dirigent legt weer andere dingen bloot, maar telkens gebeurt hetzelfde. Vooral tijdens het repeteren. Een oorwurm die steeds groter wordt. De muziek gaat in je hoofd zitten. Heel indrukwekkend. Ik heb veertig jaar in de zorg gewerkt. Een periode had ik burn-out-achtige klachten. Als je je bij het zingen open durft te stellen voor wat je voelt, krijg je een brok in je keel. Dan moet je goed je best doen om te blijven zingen. Maar het werkt ook therapeutisch. Als er gedoe is in je leven, je maakt een depressie door, kom je dicht bij jezelf. Ellende is naar binnen gericht, zingen juist naar buiten. Het geeft ruimte. Ik zong destijds als gastzanger bij een ensemble voor oude muziek van het conservatorium in Tilburg. Dan kwam ik als herboren thuis. Met voelbaar ruimte in hoofd en lijf.

Ik groeide op in een klein dorpje. Mijn vader speelde bastuba bij de plaatselijke fanfare. Van het een kwam het ander. Toen ik zeven was begon ik met flügelhorn, later euphonium, bij de fanfare. Ik ben in aanleg muzikaal. Ik heb nog overwogen naar het conservatorium te gaan, maar dat was niet gebruikelijk in die tijd. “Ga maar een vak leren”, werd gezegd. Later ontdekte ik de vocale muziek. Ik ging zingen, verdiepte me in kamerkoormuziek. Het liefst zing ik renaissancemuziek, in kleine bezetting, a capella, dat vind ik geweldig. Ik had het geluk dat er mensen op mijn pad kwamen die me mee namen op weg naar verdieping in die oude muziek, het zingen uit de mensurale notatie, veel projecten, en nu en dan een summer school van Capella Pratensis. Soms vinden mensen dat ik een beetje doordraaf in mijn hobby. Een van mijn lievelingswerken is van een zoon van Bach, Johan Michael. Halt, was du hast. Ik hoorde het vijf jaar geleden voor het eerst, op Radio 4, geweldig gezongen door Vox Luminus. Twee melodielijnen door elkaar. Een ervan is Jesu meine Freude. Daar mag je me altijd voor wakker maken. Als er iets troostend is, dan is dat het wel.’

Johann Michael Bach, (1648 – 1695) Halt, was du hast (Jesu meine Freude) J.S. Bach Matthäus-Passion BWV 244

EINDE

Deel dit bericht

NOG DOORLEZEN?

‘Het past allemaal in elkaar’

Peter Duivenvoorden (72) is beeldend kunstenaar. Hij schildert en geeft schilderles. Daarnaast werkt hij aan een Nederlandse vertaling van de Oorspronkelijke Uitgave van Een Cursus in Wonderen. Machiel Swillens zocht...

Lees Verder >>